|
Alle artikelen

Rossum viert feest: Zondag 9 juli Heilige Mis en Receptie G. Laarhuis viert 50-jarig kosterjubileum
ROSSUM - Vier pastoors heeft hij zien komen, drie zag hij weer gaan. Met zijn golvende witte haren, zijn groene werkjasje en zijn rustige beminnelijk manier van doen is hij een begrip in Rossum: koster G. Laarhuis. Binnenkort is het vijftig jaar geleden dat hij in dienst trad van de Plechelmuskerk. "Ik woonde toen nog in Volthe", herinnert de bijna 79-jarige Laarhuis zich, "en kon als tuinman aan het werk bij pastoor Hoogveld. Dat was op 17 juli 1939 om precies te zijn. In november werd begonnen met de bouw van een nieuwe kerk. Daar heb ik toen ook aan meegewerkt." In maart '41 kon de kerk, na een kort oponthoud in de bouw door een bominslag die alle ruiten deed sneuvelen, in gebruik genomen worden. Laarhuis begon hierna met het aanleggen van de tuin. In 1949 overleed pastoor Hoogveld en werd opgevolgd door B. Boerrigter. "Deze was", glimlacht de koster, "in veel dingen tegengesteld aan zijn voorganger. Hoogveld was lang met enorme voeten, Boerrigter had een zeer klein postuur. Hij was een jonge pastoor met, voor die tijd, moderne ideeën."
Op de fiets De nieuwe zieleherder verplaatste zich door zijn parochie op de fiets. Later, toen de jaren gingen tellen, werd dit vervoermiddel vervangen door een brommer. Een tijdlang probeerde de kleine geestelijke zijn rijbewijs te halen. "Hij heeft me eens bijna omver gereden", vertelt Laarhuis. "Ik stond het gazon voor de kerk te maaien toen Boerrigter met zijn auto recht op me af kwam. Het ging maar net goed. Er waren dan ook veel mensen die zeiden: pastoor, u verongelukt nog eens. Lakoniek antwoordde hij dan altijd: nou, ze zien me toch wel. Zijn rijbewijs heeft hij nooit gehaald. Ook was hij erg vaak iets kwijt. Dan vroeg ie: koster, waar is mijn bril nu weer?' Op uw voorhoofd', luidde dan meestal mijn antwoord." In 1949 vroeg men tuinman Laarhuis tevens werkzaamheden binnen de kerk te gaan verrichten. "Eigenlijk voelde ik daar niet zoveel voor", zegt hij nu, "ik wist van die zaken donders weinig af. Enfin, na een maand twijfelen ging ik toch overstag en werd koster. Ik kreeg onderricht van de pastoor en de kapelaan. Wat ik allemaal moest doen? Vegen, poetsen en schrobben. Die zware koperen kroonluchters nam ik mee naar huis om ze daar schoon te maken, dat was een heel karwei. En dan moest ik natuurlijk de kerk klaarmaken voor begrafenissen en bruiloften. Je had toen verschillende klassen. Als iemand eerste klas werd begraven, moest alles op en top voor elkaar zijn. Met zwarte kandelaren, lopers en rouwversierselen."
Iedereen gelijk Toch stuitte het klasseverschil Laarhuis altijd tegen de borst. Voor hem was en is iedereen gelijk. Zijn onvrede hieromtrent liet hij een keer duidelijk merken toen de Arnhemse huidhoudster van Boerrigter hem vroeg wat nu eigenlijk het verschil was tussen de hoogste en laagste klasse bij een begrafenis. "Mevrouw", zei de koster toen, "wat de hoogste klasse inhoudt mag duidelijk zijn, alles is dan prima voor elkaar. Bij de laagste klasse echter is het gebruikelijk dat de overledene zich op eigen kracht naar het kerkhof begeeft...."
Laarhuis heeft in zijn loopbaan als koster overigens meer dan 500 graven gedolven. Eén ervan vormt de laatste rustplaats van een - in zijn dagen - markante figuur. Laarhuis, die liever niet over overledenen in de parochie praat, wil over deze aan lager wal geraakte boerenzoon wel iets kwijt: "Katten Jans had, zoals z'n bijnaam wel doet vermoeden, altijd een stel katten bij zich, die hij aan de boeren probeerde te verkopen. Elke ochtend kwam hij naar de kerk, bond z'n katten aan het hek van de doopvond en waste zijn gezicht met wijwater. Op zondag nam hij meestal helemaal voor in de kerk plaats. Nou verspreidde Katten Jans een nogal onaangename geur waardoor niemand naast hem wilde zitten. Ik loste dit probleem op door hem een "ereplaats" achter in de kerk te geven op een bidstoel." Nadat de zwerver was overleden werd hij begraven op het Rossumse kerkhof. Zijn graf wordt ook nu nog gesierd door een kruis, dat kon worden betaald met het geld dat Katten Jans iemand in beheer had gegeven. Ook bloeien er elk jaar witte rozen, daar zorgt koster Laarhuis voor.
Goed overleggen Na 23 jaar ging Boerrigter met emiritaat en werd zijn plaats ingenomen door pastoor F. Olde Loohuis; de derde pastoor die Laarhuis meemaakt. "Met Olde Loohuis kon ik meteen prima samenwerken en goed overleggen", geeft hij aan "Vroeger had je geen inspraak, wat de pastoor zei, moest gebeuren. De nieuwe pastoor was anders, zeer meevoelend. Hij wist wat de mensen nodig hadden. En hij had, net als ik, veel belangstelling voor de natuur. Boerrigter keek niet naar de tuin om, die zat bij wijze van spreken de hele dag op de fiets." Ook binnen de kerk vonden na de komst van pastoor Olde Loohuis veranderingen plaats. Het klassensysteem werd afgeschaft en leken gingen een steeds grotere plaats innemen in het kerkelijk gebeuren. "Ik merkte dat de parochianen veel eerder bereid waren iets in de kerk te doen. In het begin stond ik overal alleen voor, dat werd in de jaren '70 en '80 anders." Voor de koster zelf begon 1989 ook met een grote verandering: pastoor Olde Loohuis vertrok naar Weerselo en missiepater Thijert werd de nieuwe pastoor van de Rossumse Plechelmuskerk. "Ook met hem kon ik direct goed samenwerken", verzekert Laarhuis. "Hij mag dan wel 30 jaar in Zaïre hebben gezeten, hij heeft zich hier uitstekend aangepast. Het is een gemoedelijke man met een erg mooie stem en gelukkig ook geïnteresseerd in de natuur."
Wat rustiger Met ingang van 1 april van dit jaar is koster Laarhuis het wat rustiger aan gaan doen. Hij houdt zich nu, net als in het begin, voornamelijk bezig met de tuin rondom de kerk en de pastorie en met het onderhoud van het kerkhof. Maar als het nodig is, staat hij meteen klaar om als koster in te springen bij een begrafenis of trouwerij. Ter gelegenheid van zijn 50 jarig jubileum is er op zondag 9 juli om half tien een heilige mis in de parochiekerk met aansluitend een feestelijke receptie in zaal Hutten. Alle parochianen zijn welkom om de koster en zijn familie te feliciteren.
Bron: TC-Tubantia juli 1989.
|