|
Alle artikelen

Koninklijk zilver voor `gouden' koster Laarhuis
ROSSUM - Burgemeester W. Schelberg van Weerselo heeft gistermorgen de eremedaille in zilver, verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau, uitgereikt aan koster G. Laarhuis van de St. Plechelmusparochie van Rossum. Laarhuis ontving de koninklijke onderscheiding bij gelegenheid van zijn gouden jubileum als koster. De Weerselose eerste burger reikte de onderscheiding uit tijdens de feestelijke receptie in zaal Hutten.
De receptie werd voorafgegaan door een plechtige Eucharistieviering in de parochiekerk van Rossum. "Dat we niet zovelen zijn gekomen, is een teken dat we allemaal een reden hebben om onze koster te bedanken". Met die woorden opende pastoor Thijert van Rossum tijdens de H. Mis zijn preek. Thijert omschreef Laarhuis als een bescheiden, rustige, gevoelige, maar tegelijk ook humoristische man. De karakterisering van de pastoor werd door verschillende sprekers tijdens de receptie in zaal Hutten nog eens onderstreept. Eerste spreker daarbij was overigens voorzitter B. Deterink van het kerkbestuur. Hij schetste in zijn welkomstwoord in het kort de vijftig jaar durende loopbaan van de koster. Naast een enveloppe met inhoud, had hij voor de jubilaris een fraai beschilderde kaars meegebracht.
"Ik sta hier namens koningin Beatrix", sprak vervolgens Weerselo's burgemeester Schelberg van Weerselo. "En ik ben gekomen met het complete college. Dat gebeurt niet zo vaak. We willen op deze manier duidelijk eer geven aan uw jubileum. U was in uw lange loopbaan als koster een soort ombudsman voor de mensen in hun lief en leed. U bent een opgewekt en een gevoelig mens met een luisterend oor. U hebt door uw taakopvatting net iets meer gedaan dan een ander". Schelberg ging vervolgens over tot de uitreiking van de onderscheiding. Hij deed dat via mevrouw Laarhuis. want zij mocht de koninklijke medaille bij haar man op de revers spelden. Ook voorzitter C. Weusthof van de parochieraad bracht de gelukwensen aan koster Laarhuis over. Hij zei het moeilijk te vinden om 'als jong broekie' te spreken tegen een man met zeer veel levenservaring. "We moeten dankbaar zijn dat we een koster hebben, die telkens zo goed zijn taak uitvoerde. Steeds bleef hij op de achtergrond. Hij cijferde zichzelf vaak weg. Maar neem van mij aan, dat wanneer de bijrol niet goed wordt vervuld, de hoofdrol uitloopt op een fiasco", aldus Weusthof. Namens koster Laarhuis sprak voorzitter Deterink van het kerkbestuur ter afsluiting van het officiële gedeelte van de druk bezochte receptie een kort dankwoord.
Bron: TC-Tubantia juli 1989.
|