1e Lezing: Sefanja 2,3; 3,12-13
3 Zoekt Jahwe, gij allen, ootmoedigen van het land, die zijn geboden naleeft; zoekt de gerechtigheid, zoekt de ootmoed! Dan vindt gij misschien een schuilplaats op de dag van de toorn van Jahwe. de vijand in het westen
12 Dan laat Ik binnen uw muren alleen nog over een ootmoedig, bescheiden volk, dat zijn toevlucht vindt bij de naam van Jahwe,
13 de rest van Israël. Zij zullen geen onrecht meer doen en geen onwaarheid meer spreken; in hun mond is geen tong die bedriegt. Ja, zij zullen weiden en neerliggen, zonder door iemand te worden opgeschrikt.
Psalm: 146
1 Godlof! Loof, mijn ziel, de Heer!
2 Een loflied voor de Heer, heel mijn leven, een psalm, tot het laatst voor mijn God.
3 Zoekt het niet bij de groten der aarde, bij een mensenkind dat u niet uitredt;
4 wijkt zijn adem, hij wordt weer tot aarde: op die dag zijn zijn plannen voorbij.
5 Gelukkig wien Jakobs God bijstaat, wiens hoop op de Heer is, zijn God;
6 die geschapen heeft hemel en aarde, de zee en al wat daarin is, die tot in eeuwigheid trouw houdt.
7 Hij die recht doet aan de verdrukten, brood geeft aan wie hongerig zijn. De Heer, die de geboeiden bevrijdt,
8 de Heer, die de blinden weer zien doet, de Heer die opricht de gekromden, de Heer heeft de rechtvaardigen lief;
9 de Heer waakt over de vreemdeling en houdt staande weduwe en wees. Maar de wandel der bozen verstoort Hij.
10 De Heer heerst tot in eeuwigheid, uw God, Sion, geslacht op geslacht. Godlof!
2e Lezing: 1 Korintiërs 1,26-31
26 Denkt maar aan uw eigen roeping, broeders. Naar menselijke maatstaf waren er niet velen geleerd, niet velen machtig, niet velen van hoge afkomst.
27 Nee, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren, om de wijzen te beschamen; wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren, om het sterke te beschamen;
28 wat voor de wereld van geringe afkomst is en onbeduidend, heeft God uitverkoren; wat niets is om teniet te doen wat iets is,
29 opdat tegenover God geen mens zou roemen op zichzelf.
30 Dankzij Hem zijt gij in Christus Jezus, die van Godswege heel onze wijsheid is geworden, onze gerechtigheid, heiliging en verlossing.
31 Daarom, zoals er geschreven staat, als iemand wil roemen laat hem roemen op de Heer.
Evangelie: Matteüs 5,1-12a
Zaligsprekingen
1 Toen Jezus deze menigte zag, ging Hij de berg op en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem.
2 Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus:
3 “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
4 Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
5 Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
6 Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
7 Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
8 Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.
9 Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
10 Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen.
11 Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: 12 Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel. Zo immers hebben ze de profeten vervolgd die voor u geleefd hebben.
