Lezingen 11 januari 2026 (Doop van de heer)

Lezingen

1e Lezing: Jesaja 42,1-4-6-7

De dienaar

1 Zie hier mijn dienstknecht, die Ik ondersteun; mijn uitverkorene, die Mij welgevallig is. Ik heb mijn geest op hem gelegd, en hij maakt de volkeren het recht openbaar.  

2 Hij roept niet en schreeuwt niet, hij laat zijn stem niet horen op straat.  

3 Het gekwetste riet zal hij niet breken en de kwijnende vlaspit blaast hij niet uit. Waarlijk, het recht maakt hij openbaar.  

4 Hij zal niet kwijnen en niet worden gekwetst, maar vestigt het recht op de aarde en de eilanden zullen zijn boodschap verbeiden. 

 

6 Ik Jahwe zelf, heb u geroepen om heil te brengen, Ik neem u bij de hand, Ik vorm u en bestem u om de man te zijn van mijn verbond met het volk, het licht voor de naties,  

7 om blinde ogen te ontsluiten, om gevangenen uit de kerker te bevrijden, uit de gevangenis degenen die wonen in de duisternis. 


Psalm: 29

1 Een psalm van David.
Huldigt Jahwe, zonen des hemels,
huldigt Jahwe om zijn glorie en macht;
2 huldigt Jahwe om zijn naam majesteitelijk,
buigt voor Jahwe in heilige tooi.
3 De stem van Jahwe is over de wateren,
de majesteit Gods spreekt in het onweer.
Over de wateren wijd is Jahwe:
4 de stem van Jahwe in zijn macht,
de stem van Jahwe in zijn grootheid.
5 De stem van Jahwe splijt de cederen;
Hij, Jahwe, splijt de Libanoncederen;
6 opspringen doet Hij als een stierkalf de Libanon
en de Sirjon, als een bisonzoon in zijn sprong.
7 De stem van Jahwe splitst het weerlicht,
8 de stem van Jahwe schudt de steppe,
Jahwe schudt de steppe van Kades.
9 De stem van Jahwe schudt de eiken,
en scheurt van de stammen de schors.
Majesteit spreekt in heel zijn gewelf.
10 Jahwe troont boven de vloed.
Hij neemt de troon in, Jahwe: koning tot in eeuwigheid.
11 Jahwe zal zijn volk weerstand verlenen,
Jahwe zijn volk zegenen met vrede. 


2e Lezing: Handelingen 10,34-38

34 Petrus nam het woord en sprak: “Nu besef ik pas goed, dat er bij God geen aanzien des persoons bestaat,  

35 maar dat uit welk volk ook ieder die Hem vreest en het goede doet, Hem welgevallig is.  

36 Het woord heeft Hij tot de zonen van Israël gezonden, toen Hij door Jezus Christus de blijde boodschap van vrede verkondigde: Deze is de Heer van allen.  

37 Gij weet wat er overal in het joodse land gebeurd is; hoe Jezus van Nazaret zijn optreden begon in Galilea na het doopsel dat Johannes predikte,  

38 en hoe God Hem gezalfd heeft met de heilige Geest en met kracht. Hij ging weldoende rond en genas allen, die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem. 


Evangelie: Matteüs 3,13-17

Jezus door Johannes gedoopt

13 In die tijd kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes om zich door hem te laten dopen.  

14 Maar Johannes wilde Hem tegenhouden met de woorden: “Ik heb uw doopsel nodig, en Gij komt tot mij?”  

15 Jezus antwoordde hem: “Laat nu maar; want zo past het ons al wat is vastgesteld te volbrengen.” Toen liet hij Hem toe.  

16 Nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij terstond uit het water. En zie, daar ging de hemel open en Hij zag de Geest Gods neerdalen in de gedaante van een duif en over zich komen;  

17 en een stem uit de hemel sprak: “Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.”