Lezingen 2 november 2025 (Allerzielen)

Lezingen

1e Lezing: Jesaja 25,6a.7-9

Het feest op de Sion

6 Jahwe van de legerscharen richt op deze berg voor alle volken een feestmaal aan met uitgelezen gerechten, een feestmaal met belegen wijnen, verrukkelijke, uitgelezen gerechten, belegen, gelouterde wijnen.  

7 Op deze berg verscheurt Hij de sluier die over alle volken ligt, de floers die alle naties bedekt.  

8 Jahwe de Heer vernietigt de dood voor altijd, Hij veegt de tranen van alle gezichten, op heel de aarde wist Hij de smaad van zijn volk uit: Jahwe heeft het gezegd!  

9 Op die dag zal men zeggen: Dat is onze God. Wij hoopten op Hem en Hij heeft ons gered. Dat is Jahwe, op wie wij hoopten; laat ons blij zijn en juichen om de redding die Hij heeft gebracht.


Psalm: 23

DE HEER IS MIJN HERDER

1 Een psalm van David.
De Heer is mijn herder – mij zal niets ontbreken.
2 Hij wijst mij te liggen
in grazige weiden,
Hij voert mij naar wateren der rust.
3 Hij behoedt mijn ziel voor verdwalen,
Hij leidt mij in sporen van waarheid
getrouw aan zijn naam.
4 Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods,
kwaad zou ik niet vrezen.
Want naast mij gaat Gij,
uw stok en uw staf
zij doen mij getroost zijn.
5 Een tafel richt Gij mij aan
in het aangezicht van mijn belagers
en zalft met olie mijn hoofd.
Mijn beker vloeit over.
6 Zo zijn dan geluk en genade om mijn schreden
al de dagen mijns levens.
Verblijven mag ik in het huis van de Heer
tot in lengte van dagen. 


2e Lezing: Apokalyps 21,1-5a.6b-7

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde

1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer.  

2 En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen, gereed als een bruid die zich voor haar man heeft getooid.  

3 Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon: “Zie hier Gods woning onder de mensen! Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn, en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn.  

4 En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij.”  

5 En Hij die op de troon is gezeten, sprak: “Zie, Ik maak alles nieuw.” En ik hoorde zeggen: “Schrijf deze woorden op, ze zijn onfeilbaar waar.”  

6 Nog zei Hij tot mij: “Het is gebeurd! Ik ben de Alfa en de Omega, de oorsprong en het einde. Wie dorst heeft zal Ik te drinken geven uit de bron van het water des levens, om niet.  

7 Wie overwint zal dit alles krijgen, en Ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon.  8Maar de lafhartigen, de trouwelozen, de verdorvenen, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars, hun deel is in de poel die brandt van vuur en zwavel. Dit is de tweede dood.” 


Evangelie: Lucas 23,44-46.50.52-53; 24,1-6a

DOOD EN BEGRAFENIS
44 Het was nu omtrent het zesde uur; er viel duisternis over heel de streek tot aan het negende uur toe,  

45 doordat de zon geen licht meer gaf. Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.  

46 Toen riep Jezus met luider stem: ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.’ Nadat Hij dit gezegd had, gaf Hij de geest.

50 Nu was er een zekere Jozef, lid van de Hoge Raad, een welmenend en rechtschapen man.

52 Deze ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.  

53 Na het van het kruis genomen te hebben, wikkelde hij het in een lijkwade. Vervolgens legde hij Hem in een graf, dat in een steen was uitgehouwen en waarin nog nooit iemand was neergelegd.

 

HIJ IS VERREZEN
1 Op de eerste dag van de week echter gingen zij zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden.  

2 Zij vonden de steen weggerold van het graf,  

3 gingen binnen, maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet.  

4 Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken, stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed.  

5 Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: ‘Wat zoekt ge de Levende bij de doden?  

6 Hij is niet hier, Hij is verrezen. Herinnert u, hoe Hij nog in Galilea tot u gezegd heeft