Lezingen 26 oktober 2025 (30e zondag door het jaar)

Lezingen

1e Lezing: Jezus Sirach 35,12-14,16-18

12 Geef aan de Allerhoogste naar hetgeen Hij u geschonken heeft; geef met een blij gelaat en naar uw vermogen,  

13 want Hij is een Heer die beloont: Hij geeft het u zevenvoudig terug.  

14 Probeer Hem niet om te kopen, want Hij aanvaardt het niet,

en

16 Hij is niet partijdig ten nadele van de arme en Hij luistert naar het gebed van de ontrechte.  

17 Hij slaat acht op de smeekbede van de wees en op het lange verhaal, dat de weduwe doet,  

18 want de tranen van de weduwe stromen langs haar wangen


Psalm: 34

ALFABETISCH GEDICHT
1 Van David. Toen hij tegenover Abimelek geveinsd had waanzinnig te zijn, zodat deze hem wegjoeg en hij zijns weegs kon gaan.  

2 Loven wil ik de Heer te allen tijde, de lof Gods geef ik stem, altijd weer;  

3 en mijn ziel zal in trots de Heer prijzen: wie verdrukt is hoort het met verrukking.  

4 Verheerlijkt, met mij, de Heer, verheffen wij zijn naam eenparig.  

5 Ik zocht de Heer: Hij gaf mij antwoord, Hij heeft mij bevrijd van mijn angsten.  

6 Die op Hem zien stralen als licht, hun gelaat draagt nimmer vernedering.  

7 Zie, er was een verdrukte die riep: de Heer heeft hem antwoord gegeven, hem verlost uit al wat hem kwelde.  

8 De engel des Heren strijkt neder, legt zijn wacht rondom wie God vrezen.  

9 Ervaart het, ziet: mild is de Heer, gelukzalig de mens die bij Hem schuilt.  

10 Vreest de Heer, gij die Hem zijt gewijd, die Hem vrezen – hun zal niets ontbreken.  

11 De rijke verkommert en hongert, die God zoekt zal geen zegening derven.  

12 Mijn zonen, komt, luistert naar mij; ik leer u wat ontzag voor de Heer is.  

13 Zou niet elk mens het leven begeren duurzaam willen zien op zijn vreugden?  

14 Bewaar uw tong voor wat kwaad brengt, uw lippen voor leugenarij.  

15 Mijd het kwade, handel ten goede, zoek de vrede, tracht die te veroveren.  

16 Toornig ziet de Heer op de verstoorders, dat hun voortbestaan uitsterft op aarde.  

17 De Heer slaat de rechtvaardigen gade, zijn oor vangt hun hulpgeroep op.  

18 Zij riepen, de Heer gaf hun antwoord, Hij heeft hen verlost uit hun noden.  

19 De Heer helpt de gebrokenen van hart, die verslagen van geest zijn bevrijdt Hij.  

20 De rechtvaardige treft menige rampspoed, doch de Heer verlost hem uit dit alles.  

21 Hij houdt al zijn krachten bijeen; er wordt geen van zijn beenderen gebroken.  

22 Het kwaad brengt wie het kwaad zoekt de dood: zo boet wie den rechtvaardige haatte.  

23 Hij is de losser, de Heer, die zijn knechten het leven terug gaf. Die tot Hem vluchten zullen vrijuit gaan. 


2e Lezing: 2 Timoteüs 4,6-8.16-18

De laatste woorden van Paulus
6Want wat mij betreft, mijn bloed wordt weldra geplengd, het uur van mijn heengaan is nabij.  

7Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard.  

8Nu wacht mij de krans der gerechtigheid, waarmee de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij, maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst. 

en

16 Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, allen hebben mij in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend.  

17 Maar de Heer heeft mij ter zijde gestaan en mij kracht gegeven om mijn ambt als prediker van het evangelie ten einde toe te vervullen, zodat alle volken ervan horen. En ik werd verlost uit de muil van de leeuw.  

18 En de Heer zal mij blijven beschermen tegen alle boze aanslagen en mij behouden overbrengen naar zijn hemels koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen! Amen. 


Evangelie: Lucas 18,9-14

FARIZEEËR EN TOLLENAAR
9 Met het oog op sommigen, die overtuigd van eigen gerechtigheid, de anderen minachtten, vertelde Hij de volgende gelijkenis.  

10 ‘Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de een was een farizeeër en de andere een tollenaar.  

11 De farizeeër stond met opgeheven hoofd en bad bij zichzelf als volgt: God, ik dank u dat ik niet zo ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar.  

12 Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten.  

13 Maar de tollenaar bleef op een afstand en wilde zelfs niet zijn ogen opheffen naar de hemel; maar hij klopte zich op de borst, en zei: God wees mij, zondaar, genadig.  

14Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere, want al wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.’